Trainen met… Wilco Kelderman

Stilzwijgend ploeteren we over de Utrechtse Heuvelrug. Af en toe een knikje bij het overnemen van de kop. Onze brillen zijn beslagen, voeten soppen in de schoenen. De benen zijn stram, vingers zijn verkleumd en een regenjack helpt allang niet meer. Maarnse Berg, Kaapse Bossen, Asielzoekerscentrum, Hel van Leersum, Bosbad, Amerongse Berg, soms weten we niet eens of het water nu harder uit de hemel valt of van onze banden opspat.

‘Het regent in de straten.’ De Dijk gonst door mijn hoofd. Als Wilco zijn fiets weer voor de mijne zet, vang ik een glimp op van zijn grimas. Op de Rijksstraatweg in Elst worden we opgejaagd door wild gebarende ruitenwissers. ‘En wie niet drinkt rijdt auto.’

Met een kort handgebaar laat Kelderman me weten dat we op de rotonde linksaf zullen slaan, richting Veenendaal en de Defensieweg. Wat voor hem vals plat is, is voor mij een klimmetje waar ik normaal gesproken met mijn vrienden zou sprinten voor een niet bestaand bergklassement.

Hij vraagt niet of ik over wil nemen. Net zomin als hij omkijkt om te zien of ik zijn wiel kan houden en dus klamp ik aan. Tien, vijftien, twintig meter, langzaam zie ik hem bij me wegkruipen, meters die ik in de afdaling naar Rhenen nog goed maak en anders word ik waarschijnlijk nog wel gered door het verkeerslicht aan de Cuneraweg.

Via Achterberg rijden we naar de Grebbeberg. Bovenaan, net voorbij het ereveld, vergeet een man met kaplaarzen en een gele regenjas te kijken of zijn hond al heeft gescheten als wij passeren. Vriendelijk steekt Wilco zijn hand op naar de man en zegt wat wij beiden al kilometers lang denken: ‘Wat een hondenweer.’

 

 

Niels ®elen

Polar-logo

Please follow and like us:
0

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *