Trainen met… Peter Post

‘Hij gaat toch starten.’

‘Wie?’ vraagt de keizer van de zesdaagse me.

‘Tom.’

‘Natuurlijk start hij in de tijdrit, hij is favoriet. Waarom zou hij niet starten?’

‘Volgens de bondscoach heeft hij een vervelende blessure aan het zitvlak’, licht ik toe. ‘Er was dus even wat twijfel over zijn deelname. Hij heeft zelfs zijn training afgebroken.’

Voordat we de kasseien oprijden trekt Post het riempje van zijn toeclip strak. ‘Mijn beste wedstrijden reed ik als ik pijn aan mijn hol had.’ Peter duikt in de beugel en trekt aan zijn stuur. ‘Een biefstuk in je broek zou mijn pa gezegd hebben, maar dat is een fabeltje.’

Terwijl Peter vertelt denk ik na over het aantal overwinningen dat hij bij elkaar reed.

‘Al die overwinningen op de baan?’

‘De meeste met aambeien, die wollen broeken en oude zemen waren geen feest.’

‘Parijs – Roubaix in 1964?’

‘Een steenpuist.’

‘Toepasselijk’, grap ik.

‘Een zegen,’ antwoordt hij in plat Amsterdams, ‘ik kreeg er nog de gele wimpel voor. Het hoogste gemiddelde ooit gereden in een klassieker.’

‘Hoe sneller je rijdt, hoe minder lang je er last van hebt, is dat het?’

‘Precies, dat zei Merckx ook altijd.’

‘Moeten we ons zorgen maken over de kansen van Tom op de wereldtitel?’

‘Ben je gek. Natuurlijk dreunt het zadel een uur lang tegen je kont aan, maar dat maakt niets uit.’

Zelf heb ik geen blessures aan mijn zitvlak, maar na twee kasseienstroken voelt het alsof iemand langdurig tegen mijn reet heeft staan te schoppen.

‘Het maakt niets uit?’

‘Tom heeft goede vorm meegenomen uit Spanje, dan zit je als vanzelf goed op je zadel.’

‘Conditie is positie?’

‘Ik had het zelf niet beter kunnen zeggen’, grijnst Post terwijl hij me uit zijn wiel rijdt.

 

Niels ®elen

 

 

Share and Enjoy !

Shares

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.