Telefoon

Mostar

Konjic 8 september 2022

De etappe van vandaag naar Mostar is kort, waardoor er voor het vertrek tijd is voor een uitstapje. Via de voordeur van een doorsnee woonhuis in de bergen, lopen we achter in de gang door een zwaar gepantserde deur het best bewaarde geheim van Joegoslavië binnen; Tito’s bunker.  

Een gids neemt ons mee door het hoefijzervormige gangenstelsel. We zien de slaapvertrekken van militairen, het commandocentrum en de telexruimte waarvandaan de wereld afgeluisterd kon worden. Binnen een half uur staan we, zonder het gemerkt te hebben, 268 meter onder de grond waar we in theorie zes maanden lang kunnen overleven. Zes maanden, precies de duur van een uitzending. 

Water komt hier uit de Neretva. Aggregaten genereren stroom en een paar enorme pompen filteren in vijf uur tijd de lucht voor het hele complex. Er zijn aparte ruimtes waar munitie, brandstof en eten worden opgeslagen. Tot slot zijn er, zoals in elk spionageverhaal, nog de rode telefoons en vier tunnels om uit de bunker te kunnen ontsnappen. 

Tunnels, zelfs na ons bezoek aan de bunker ontkomen we er vandaag niet aan. Alleen al in de eerste vijftien kilometer komen we er een stuk of zes zeven tegen. Lange en korte, warme en koude altijd naar diesel stinkende tunnels. Zwarte gaten waar passerende auto’s je naar het midden toe zuigen. Die het ronkende geluid van motoren versterken en als een zware bas dwars door je lichaam jagen.

Volledig overstuur parkeert Aris na de zoveelste tunnel net voor het stadje Jablanica zijn fiets pardoes in de berm. Het lukt hem niet meer om in deze drukte te ontsnappen aan zijn verleden, aan de onrust en het geluid van alle kanten en dus stapt hij af.

Als Aris vanuit Mostar met zijn vrouw belt, vertelt zij dat zijn hulphond die morgen ziek was. Pas in de middag, het moment dat zijn baasje in de bezemwagen zit, wordt hij weer rustig. Een rode telefoon had hij daar niet voor nodig.  

Niels ®elen

Share and Enjoy !

Shares

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.