Schoenen maken de man

De Hoedenmaker Caps & Hats Keizersgracht Amsterdam

Lieve Hilmar,

 

‘Hier moet het zijn’, zei ik onlangs tegen mijn vriendin toen we van de Leidsegracht rechtsaf sloegen de Keizersgracht op. Bij nummer 417 liep ik de trap op en voelde aan de voordeur die gesloten bleek. Even zocht ik een bel of een bordje waarop de openingstijden vermeld zouden zijn, maar zag niets.

‘Toch is het hier,’ herhaalde ik, ‘kijk maar naar de petten en hoeden.’ Als spontane visite die hoopt een glimp van de bewoners op te vangen, plaatste ik mijn handen tegen het raam en gluurde naar binnen, maar zag niets.

‘Zullen we verder gaan?’ vroeg Cristel me, ‘ik heb zin in een glas wijn.’

Ik knikte en terwijl ik het trapje afliep, bleef ik zo lang mogelijk het raam in de gaten houden zoals ik vroeger ook nooit een lang overgaande telefoon op de haak gooide omdat er bij de volgende toon weleens opgenomen zou kunnen worden. Vaak stelde ik me voor hoe iemand misschien vanaf de zolder naar beneden rende en zich teleurgesteld af zou vragen wie er gebeld had.

‘Kom’. Voorzichtig trok Cristel me mee de Wolvenstraat in waar mijn oog viel op een paar bijzonder mooie schoenen die vanuit de kroeg overstaken naar de tandartspraktijk aan de overzijde. Ik moest denken aan het verhaal ‘Linkerschoen’ van Grunberg over een man die zijn schoen verliest. Zoals Arnon dat zelf overkwam in een kroeg op Mullberry Street.

Misschien had deze man zich moed ingedronken, al zag hij er niet zo uit. Afgetrapte spijkerbroek, te ver openhangend overhemd waaronder grijzig borsthaar als een verwilderde grasmat van de Arena welig tierde, een rond brilletje en halflang vlassig haar. Een student die in zijn studietrip was blijven hangen, alsof hij net een nacht met Guus Meeuwis had beleefd.

Niet zo’n nacht als je normaal alleen in films ziet Hilmar, maar gewoon zo’n nacht waarop er te vroeg op de avond te veel bier gedronken is. Bij het aanbreken van de dag verlaat je de sociëteit, om naar je stinkende studentenkamer te gaan. Natuurlijk hadden de andere corpsballen gelachen om de horkerige grappen en was je even een held. Als vanouds zat je nu eenzaam met een Penthouse op je schoot, voorzichtig de aan elkaar geplakte pagina’s los trekkend.

De schoenen verraadde

n geen enkel spoor van gemorst bier. Ze vertelden het verhaal van een grachtengordelversie van Koos Koets. Hoe wanhopig ze ook schreeuwden Hilmar, zelfs schoenen maken niet altijd de man, misschien moet hij een pet proberen.

 

Liefs Niels

 

Niels ®elen

Share and Enjoy !

Shares

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *