Parasiet

Marrakech Marokko

Marrakech Marokko

‘La (nee).’ Hoofdschuddend ontwijken we de opdringerige, tandeloze taxichauffeur langs de Derb Assehbe en duiken een soek in. De soeks vormen het bloedvatenstelsel van een lichaam in stress. Waar brommers als vliegen om je heen zwermen en verkopers je niet meer zien als mensen, maar als geld. Marrakech is voor ons ook geen stad meer is, maar een hamam die onvermoeibaar en stevig langs dirhams scrubt.

Het ritme van de muziek, de oproep tot het gebed, de slangenbezweerders op de pleinen, de dames die vanonder hun sluiers je hand met henna proberen te beschilderen. Allemaal ademen ze hun onrust over je uit. Wie stilstaat, is een prooi voor verkopers die gehaast en verbeten glimlachend elk nee in een ja zullen veranderen.

‘Kom kijken, kom ruiken, kom voelen.’ Stoïcijns lopen we door waardoor we dieper in het web van de toeristenhandel verstrikt raken.

‘Bezzaid (te veel)!’

‘Sidi, zeg me wat je prijs is.’ Nee schudden helpt niet meer en dus bieden we.

‘U wilt een kameel kopen voor de prijs van een ezel.’ Beledigd gooit de verkoper de capuchon van zijn djellaba over zijn hoofd.

‘Kom eten.’ Haastig proberen we door te lopen, maar honger is het eerste wat ervoor zorgt dat we ongemerkt de controle verliezen aan de stad die haar slapeloosheid aan ons dicteert. De wijn smaakt naar spiritus en het drinken ervan een noodzakelijk kwaad. De Oosterse sfeer en Perzische tapijten compenseren hier niet voor de kou die zelfs het haardvuur rillend aan een laatste blok met hout laat vreten.

De fooi die we achterlaten is te groot. Te groot voor de kwaliteit van eten, service en wat al niet meer.

‘Laat ze sparen voor verwarming.’ Ik sleep Cristel mee naar buiten. ‘Ik wil niet wachten op het statiegeld van de ober. Liever nog begeef ik me in het verhitte tempo van de straat.’

De derbs, waar ik mezelf maar ook de bewoners ontmenselijk met een wezenloze blik. Met mijn hele lichaam probeer ik, in de hoop dat we dan als een warm mes door de boter van bevolking glijden, uit te stralen dat ik met rust gelaten wil worden.

Alles in de stad heeft haast en niets is er op tijd. Slechts bij de thee kun je ongestoord genieten en zie je de stad zoals ze is van bovenaf. Heel even vind je er de rust om te zien dat de brommerhelmen achterstevoren gedragen worden, dat slippers te klein zijn en dat sigaretten per stuk gekocht kunnen worden.

Het is stad waar ik ondanks de chaos nergens verdwaal, maar die me ook nooit echt weet te verrassen. Toch dool ik, leeggezogen door de parasiet Marrakech, dagen na thuiskomst nog onrustig rond.

 

Niels ®elen

 

 

Share and Enjoy !

Shares

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.