Koningin

Hulp bij zelfdoding

Hulp bij zelfdoding

‘Ben je er nu pas, ik zit al de hele morgen op je te wachten.’ De blik op het gezicht van de oude vrouw spreekt boekdelen. ‘Als je koffie wilt, dan moet je het zelf zetten. Zelf heb ik al twee koppen gehad en hoef niet meer maar als je toch zet, dan neem ik nog wel een bakkie voor de gezelligheid.’ Voordat de vrouw die binnen is gekomen kan antwoorden zegt de oude vrouw: ‘Ik ga ook niet naar het ziekenhuis, ik heb geen zin in ziekenhuizen, in dat wachten en al die mensen die heel de tijd aan je willen zitten.’

‘Het gips moet van je arm, ma. Je moet naar het ziekenhuis.’
‘Dat kan best een andere keer, bovendien doet mijn arm nog steeds zeer, dus volgens mij is het beter als het gips blijft zitten.’ Ontevreden mompelt de oude moeder nog wat zinnen, maar haar dochter hoort het niet meer. Ze heeft haar hoofd in een keukenkastje verstopt, op zoek naar melk, suiker, een koekje misschien. Ze wil het even niet meer horen. Ze vraagt zich af waarom haar moeder niet even de moeite heeft genomen om haar haren te kammen en een fatsoenlijke jurk aan te trekken zodat ze er een beetje leuk uitziet. Waarom ze niet eens gewoon blij kan zijn dat zij er is. Of er ooit nog een dag komt dat ze het goed zal kunnen doen, maar die moed heeft ze misschien allang opgegeven.

In de auto op weg naar het ziekenhuis is het stil, elke poging tot een gesprek strandt.
‘Haal even een rolstoel voor me bij de ingang’, commandeert ze haar dochter op de parkeerplaats van het ziekenhuis. Een bevel dat zonder enige vorm van protest wordt opgevolgd. Alsof ze de koningin zelf is, laat ze zich naar de afdeling duwen en geeft commentaar op alles en iedereen die in haar ogen ook maar iets verkeerd doet.
‘Snijdt die zaag niet in mijn arm?’ klinkt het streng als de verpleegster uitlegt hoe het gips verwijderd wordt.
‘Nee hoor, mevrouw,’ klinkt het vriendelijk, ‘het doet geen zeer en de zaag kan niet in uw arm zagen. Kijk maar.’ De jonge verpleegster rolt de mouw van haar witte uniform op en laat zien dat de zaag op de huid vanzelf stopt. Vergeefse moeite, want zodra de zaag richting het gips beweegt, begint de oude vrouw te piepen.
‘Au, au, je doet me pijn.’
‘Misschien moeten we toch maar even foto’s maken als het zo’n pijn doet.’
‘Daar heb ik geen zin in, dan kan ik zeker weer een hele tijd gaan zitten wachten hier.’ In de hoek van de kamer schaamt een dochter zich voor het gedrag van haar moeder.
‘Alsof ik niets beters te doen heb.’
‘De breuk is keurig genezen, mevrouw,’ vertelt een arts even later na het zien van de foto’s, ‘u kunt met een gerust hart weer naar huis.’ Hij schudt haar de hand en kijkt hoe de dochter de rolstoel de wachtkamer uitduwt.

‘Fijn dat alles weer goed is, hè ma,’ probeert ze opgewekt, ‘nu kun je weer schilderen. Zullen we even langs mijn zus gaan, we zijn toch in de buurt. Dan eten we daar een boterhammetje.’  ‘Jij bent mijn rollator vergeten.’ Ze heeft de handen over elkaar op haar schoot liggen en kijkt recht voor zich uit omdat ze weet dat het niet eerlijk is wat ze zegt.

Thuis drinken ze nog een kopje thee en dan staat haar dochter op.
‘Ga je nu al weer weg?’
‘Ja,’ antwoordt de dochter, ‘maar ik kom snel weer’, voegt ze eraan toe als ze haar moeder een zoen geeft. Ze heeft geen zin om te blijven, er is niets gezelligs aan en dus trekt ze opgelucht de deur achter zich dicht. Ze zal niet zien dat haar moeder alleen, eenzaam huilend op de bank achterblijft.

Haar moeder wil niet alleen zijn, ze wil naar haar man die ruim vijftien jaar geleden overleed. Op een morgen stond ze op, maar zag hem niet meer wakker worden. Ze wil naar haar vrienden die langzaam maar zeker allemaal haar man al hebben opgezocht, naar de mensen die ze kent want daar is het gezellig. Ze wil het al een paar jaar, maar er is niemand tegen wie ze dat durft te zeggen.

Niels ®elen

Share and Enjoy !

Shares

One comment

  • M  

    Ja, zo is dat

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.