Een keurig heerschap

‘Gehst du mit mir mit?’ lachte het meisje dat enkele minuten geleden om een drankje had gevraagd en zich aan Onno voorgesteld had als Miriam. Terwijl ze  haar witte wijnglas leeg op de bar zette, keek Onno enigszins afwezig op en knikte. Hij liet zijn bierglas half leeg op de bar staan en liep achter de donkerblonde Miriam aan. Haar golvende haren reikten tot de holling van haar rug, net boven haar billen. Billen die verpakt zaten in een hotpants waar de rode kanten slip bovenuit stak. Haar zonnebankbruine benen stonden in een paar puntige cowboylaarzen waardoor ze vanachter iets weg had van Daisy Duke. Het had ergens iets vreemds, contrasterends, buiten lag er sneeuw en het vroor. Voor eind december was ze, net als de meeste dames hier, eigenlijk te koud gekleed.

Onderaan de trap stak Miriam haar hand uit en wachtte tot hij hem vast zou pakken. Onno aarzelde even en maakte van die tijd gebruik om zijn jas zorgvuldig over zijn linkerarm te draperen zoals obers dat doen met een wit servet. Een kort moment keek hij om zich heen maar pas toen hij niet leek te vinden wat hij zocht, legde hij zijn rechterhand in de hare en volgde Miriam de trap op. Bovenaan de smalle houten trap liepen ze om het traphek heen naar rechts, passeerden twee gesloten deuren en liepen de derde binnen. Zonder enige aarzeling trok Miriam Onno op het grote bed dat in het midden van de kamer stond. Terwijl Miriam zijn jas over de leuning van een Louis Quatorze-achtige chaise longue hing, de badkamerdeur opende en naar binnen glipte, keek Onno om zich heen. De bos bloemen, die hij aan het begin van de avond bij het benzinestation had gekocht, legde hij voorzichtig op het nachtkastje.
‘Sind die für mich?’ Onno wist niet of Miriam echt verwachtte dat iemand bloemen voor haar had gekocht. Misschien dacht ze dat ze voor zijn vrouw waren bestemd, als excuus voor laat thuis komen, of probeerde ze gewoon een ontspannen sfeer te creëren, een gesprekje aan te knopen zoals kapsters dat ook altijd doen.
‘Du kannst sie haben’, hakkelde hij in zijn beste Duits dat eigenlijk meer weg had van Nederlands met een Duits accent.
‘Danke, du bist ein netter mann’, giechelde Miriam, die zich, op haar lingerie na, in de badkamer volledig had uitgekleed. Ze liep richting het nachtkastje en pakte de bos bloemen. Alvorens ze in een groot, met water gevuld, glas te zetten, nam ze de moeite om eraan te ruiken. Om hem te bedanken gaf ze Onno een kus op zijn mond. Onno sloot zijn ogen, drukte zijn lippen wat uiteen in de hoop dat zij de uitnodiging aan zou nemen, waarna hij zijn tong voorzichtig in haar mond zou kunnen laten zoeken naar die van haar, maar Miriam had zich al omgedraaid en was teruggelopen naar de badkamer.
‘Komm, ich werde dich ein bisschen waschen.’
Waarom zou ik gewassen moeten worden?
 vroeg Onno zich af, die zich iedere morgen en avond zorgvuldig douchte. Hij hield niet van onverzorgde en  ongewassen mensen, het zou hem niet overkomen dat hij, door een gebrek persoonlijke hygiëne, in geval van nood niet gered zou worden. Hoewel hij de vraag als stuitend ervoer, een belediging misschien wel, stond hij zonder enig bezwaar kenbaar te maken op en liep de kamer door naar de badkamer waar Miriam zijn broek uittrok en met een lauw washandje routineus en zachtjes zijn kruis schoonveegde. Het was blijkbaar het enige dat gewassen diende te worden. In afwachting van wat er verder zou gebeuren, legde Onno de vierhonderd Deutsch Mark die hij zojuist nog in zijn handen had op het plankje van de make-upspiegel. Alsof hij een soort van geste wilde maken, dat het beeld van ein netter Mann niet bezoedeld mocht raken.
‘Soll ich Französisch bei dir machen?’ vroeg Miriam nadat ze ook de rest van de kleren van Onno had uitgetrokken en  hem op het bed behendig van een condoom had voorzien.
‘Ich spreche kein Französisch,’ Onno was rechtop gaan zitten en keek Miriam gespannen aan, ‘es ist noch schlechter wie mein Deutsch.’
‘Französisch ist etwas anderes’, Miriam opende haar mond in een O-vorm terwijl ze haar hoofd op en neer liet gaan om Onno duidelijk te maken wat ze bedoelde.
‘O, bitte gerne’, antwoordde Onno die zich weer achterover liet zakken op het grote bed.

De kamer waar hij nu lag was nagenoeg dezelfde als die waar hij ruim een week geleden de nacht had doorgebracht. Het was de eerste keer geweest dat hij hier kwam, of beter, dat hij hier binnen was gekomen. Een paar avonden achtereen had zijn auto hem hierheen gebracht, binnendoor naar de grens en dan rechtsaf bij het met kerstverlichting versierde bord Club Relaxt de Bundesstrasse verlatendUren had hij hier dan in zijn geparkeerde auto gezeten, twijfelend of hij naar binnen zou gaan. Overvallen door schaamte -wat zouden anderen niet van hem denken?- had hij iedere keer zijn auto weer gestart op de met grind belegde parkeerplaats en was hij weer naar huis gereden. Op de avond voor kerst liep alles ineens anders, Tanya was naar zijn auto komen lopen en had op het raam van zijn klassieke Mercedes SL getikt. Alsof het voor iemand anders bedoeld kon zijn, had Onno achterom gekeken alvorens het raampje te openen en haar verlegen te vragen wat ze wilde.
‘Hallo, ich bin Tanya. Du brauchst  keine Angst zu haben,’ had ze tegen hem gezegd, ‘komm mal mit mir, drinnen ist es wärmer und gemütlicher.’ Tanya was tweeëntwintig en daarmee bijna dertig jaar jonger dan Onno. Een jaar geleden was ze vanuit Szczecin, Stettin, een Poolse havenstad, naar Duitsland gekomen, op zoek naar een beter leven, naar welvaart. Haar werk als prostitué hier was slechts tijdelijk. Het gaf haar de mogelijkheid om de taal te leren door met de mensen te praten. Buiten dat kon ze met het geld dat ze nu verdiende straks haar studie rechten en het onderhoud van haar zesjarige zoontje betalen. Haar zoontje was niet hier, hij was in Polen, bij haar moeder gebleven en die zou voorlopig voor hem zorgen. In eerste instantie had Tanya, een afkorting van Tatiana, dat fee betekent, niet willen geloven dat Onno nog nooit eerder met een vrouw samen was geweest. Het had haar blij gemaakt, alsof ze het als een soort eer zag om hier verandering in te brengen.
Frauen sind zo’n gedoe’, had Onno haar in het Nederlands gezegd omdat hij de Duitse woorden simpelweg niet kende. Hij had zich nooit zo met vrouwen bemoeid, hij twijfelde soms of hij zich wel tot ze aangetrokken voelde, al wist hij ondertussen zeker dat het niet betekende dat hij op mannen viel. Misschien was de aantrekkelijkheid van mensen in het algemeen wel discutabel. Hij had een kat en daar verhield hij zich prima mee. De kopjes die ze gaf als ze eten kreeg en het spinnen ’s avonds op zijn schoot voor de televisie waren genegenheid genoeg, zo vond hij.
‘Gedoe?’
‘Ja,’ herhaalde Onno, ‘gedoe.’ Ze had hem ongetwijfeld niet begrepen maar ze leek ook niet van plan er verder naar te vragen. Een prostitué -hoer wilde hij het niet noemen, enerzijds uit respect, anderzijds omdat hij dat een oordelend en dus vreselijk aanmatigend woord vond- was in die zin een uitkomst. Geen verplichtingen of gedoe dus maar gewoon een duidelijke afspraak, een zakelijke transactie, zonder empathie of emotie. Zij was naar Duitsland ‘gevlucht’ voor haar zoontje en een opleiding. Geluk kon, zo wist hij inmiddels, gekocht worden. Hij was de grens over ‘gevlucht’ om niet het risico te lopen bekenden tegen te komen en natuurlijk uit altruïstish oogpunt, omdat iedereen aan goede doelen wil geven, en de toekomst van Tanya, zo had hij besloten, was zijn goede doel.
Het gaf hem, buiten zijn eigen behoeftes, niet alleen een geldige maar vooral ook praktische reden om hier terug te komen. Bovendien leek het hem ook voor Tanya prettig om hier iemand te hebben op wie ze kon rekenen, een man die haar met respect behandelde, genegen was om voor ervoor te zorgen dat haar dromen niet alleen dromen bleven maar werkelijkheid zouden worden, bloemen voor haar meenam en trouw aan haar wilde zijn. In ruil daarvoor zou hij bij gesprekken met collega’s kunnen zeggen dat hij af en toe iemand zag. In essentie was het ook geen leugen en Tanya hoefde het niet te weten.

Bouwen aan de toekomst van een prostitué bleek allerminst eenvoudig, had Onno vandaag geleerd. Zonder op te kijken had de barman hem verteld dat Tanya er niet was, maar er waren genoeg meisjes om uit te kiezen. Onno wist niet precies wat dat betekende. Misschien bedoelde hij dat ze nu even bezig was, er vanavond niet was of dat ze inmiddels voldoende geld had verdiend om haar studie te kunnen bekostigen en dit bestaan achter zich te laten. Hij had ook geen tijd gehad voor verdere vragen of om erover na te denken. Toen hij opzij keek zag hij dat Miriam naast hem was komen zitten. Ze had hem om een drankje gevraagd en hij had ja gezegd. Omdat hij geen nee tegen haar had durven zeggen, lag hij hier nu met Miriam die Französisch met hem machtte omdat ze dacht dat dát was wat hij fijn vond.
Onno keek omlaag naar het Französisch van Miriam. Liever was hij twee deuren terug bij Tanya binnen gegaan om door haar gepijpt te worden maar hij lag hier met Miriam en dus wreef hij liefdevol met zijn handen door haar haren, bewoog zijn bekken om zijn genot te veinzen, haar de indruk te geven dat ze goed was in haar werk. Waarom ook niet? Onmiskenbaar deed ze haar best om hem, al was het maar voor even, gelukkig te maken. Onno keek naar de bloemen die in een groot glas op het nachtkastje waren gezet, ein netter Mann, herhaalde hij tevreden in zichzelf en besloot om over enkele weken voor Miriam terug te komen. Beleefdheid is een deugd die nu eenmaal niet onderschat dient te worden.

Niels ®elen

Share and Enjoy !

Shares

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.