Steniging, een open brief aan Heleen van Royen

Lieve Heleen,

 

Dat volgens Thomas Mann een schrijver iemand is voor wie het schrijven moeilijker is dan voor alle anderen, valt ook op te maken uit de woorden van Gerrit Komrij . Poëzie kan naar zijn mening iedereen maken maar zodra het de liefde betreft moeten we het aan de dichter over laten. Ik kan Komrij geen ongelijk geven. De liefde op zich heeft al veel clichématigs, laat staan als een leek haar probeert te beschrijven.

Toch vraag ik me af, Heleen, wanneer word je toegelaten tot het gilde der schrijvers, door wie of wat wordt het bepaald? Het lijkt in eerste instantie een vrij ongevaarlijke, misschien zelfs nutteloze vraag, tot je beseft dat er landen zijn waar bepaald wordt wat er geschreven mag of moet worden. Wie er mag schrijven en wat je mag lezen. Landen waar een gedicht over de liefde opgevat kan worden als promiscuïteit, waar de fantasie niet kan of mag bestaan en dus elke gedachte tot non-fictie gebombardeerd wordt.

Ooit bood ik je, op weg naar de bar, een arm. Als een schuchtere Casanova maakte ik een compliment over jouw jurk en een grap over je schoenen. Ik wist dat je naast het schrijven ook fotografeert, of misschien is het wel andersom. Ineens moest ik denken aan Afghanistan waar kunst de Taliban angst inboezemt en dus een taboe is. Vrouwen die er leren lezen en schrijven geven de ware gelovigen ongetwijfeld een reden voor steniging.

Het verstikt me Heleen. Opeens zie ik je, tot de navel ingegraven in je felrode avondjapon van die avond, in de Afghaanse woestijn. Om je heen vormt zich een menigte, opgehitst door enkele schreeuwende mannen. Voorzichtig worden de eerste stenen opgeraapt en jouw kant uitgesmeten. Als de eerste stenen door de lucht vliegen, volgen er meer. De worpen worden harder en meer gericht. Je gezicht beschermen is onmogelijk omdat je handen niet alleen gebonden zijn, maar ook ingegraven.

Hoewel het beeld van de eerste stenen die je gezicht raken vreselijk is, moedigt het de menigte juist aan, alsof een vreemde roes van euforie en bevrijding zich van hen meester maakt. Ze zien niet hoe je trots je rug recht probeert te houden. Ze geven, omdat het niet aan de mens is om te scheppen, slechts toe aan hun blinde woede. Ze voelen ook geen schuld, zelfs niet over het feit dat het ook niet aan de mens is om te vernietigen.

Misschien is daar waar je je, ongeacht de vorm van de kunst, niet mag uiten, de kunst moeilijker en mooier ook dan waar ter wereld, Heleen. Omdat de kunstenaar daar – in ‘t binnenst van hun ziel ten troon – moet lijden.

 

 

In vriendschap,

 

Niels

Please follow and like us:
12

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *