Ik Jan Cremer, een open brief aan Joyce Roodnat

Lieve Joyce,

 

Te laat waren we, Cristel en ik, voor de tentoonstelling ‘A Different Vision on Fashion Photography van Peter Lindbergh in de Kunsthal Rotterdam. Ontspannen dronken we bij de bar twee cappuccino’s om daarna toch even binnen te lopen bij ‘Human / Digital: a symbiotic love affair’. Ik houd niet van ondertitels, Joyce. Ze geven je zo het gevoel dat je een oud boek zit te lezen:

hoofdstuk 5 Miskraam

Waarin onze hoofdpersoon te maken krijgt met een dramatische gebeurtenis

 

Het heeft niet alleen iets oubolligs, maar veel meer nog geeft het me het gevoel dat ik gelokt word.

Dat Cristel en ik geen liefde hebben voor de digitale kunst werd snel duidelijk. Hoewel ik nog wel mijn best deed om de beschrijving van de makers te lezen bekroop mij het gevoel dat ik als ouder op een middelbare school beland was, kijkend naar de werkstukken van de brugklas. Af en toe zie je dat er een meisje (meestal zijn het de meisjes) is met een ruw talent. Verder hoop je tegen beter weten in dat de docent handenarbeid iets aardigs ziet in het werk van je eigen kind.

Op dezelfde manier slenterden we langs Deelder en op mijn verzoek liepen we ook nog even door naar het bakeliet. Stekkers, slacouverts, meubelen, schakelaars, rekenmachines en telefoons bekeek ik terwijl ik zachtjes het Bakelied van Koos Koets zong. Heel even droomde ik weg naar onze oude huiskamer en zag al het bakeliet dat wij in huis hadden op zijn vertrouwde plek staan tot mijn oog viel op de Vibro massage.

De tekening op de doos deed me denken aan de Wehkamp. Aan de vrouwen die glimlachend een massagestaaf tegen hun wang drukten. Een item waarvan mijn moeder destijds nog moest blozen. Waarvan mijn broer en ik naïef dachten dat het weleens een leuk moederdagcadeau zou kunnen zijn. De Wehkamp die mijn broer en ik (met een vinger tussen de pagina’s met stereoapparatuur voor als mijn moeder binnen zou komen) achter de bank doorbladerden zodat we onopgemerkt naar de damesjarretels konden staren.

Via de Kunsthal gingen we de brug over en liepen we ‘Europa’ binnen. Op de zolder van het Nederlands Fotomuseum vonden we wat we zochten. Een handjevol foto’s uit het archief van het fotomuseum waren door Jan Cremer voorzien van een bijschrift. Elke vrouw zou ooit in haar leven een minnaar als Jan moeten hebben, Joyce. Al is het maar omdat hij de kunst verstaat om met woorden te doen wat ons over Lindbergh’s foto’s werd beloofd. Hij brengt een oprechte ode aan elke vrouw in haar kwetsbaarste moment.

 

Liefs Niels

 

Please follow and like us:
13

One comment

  • Joyce Roodnat  

    Lieve Niels,
    Jan Cremer brengt zijn leven lang maar één oprechte ode en die is voor hemzelf.
    Liefs terug,
    Je Joyce

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *