Bot

‘Lief, lig nou eens even stil.’
‘Waarom moet ik stil liggen?’
‘Ik word zo onrustig van je, je lijkt wel een puppy.’
‘Ik zou best een puppy willen zijn die al keffend en kwijlend om je heen rent.’
‘Straks mag je naar buiten en gooi ik wel een stok voor je. Nu zou het fijn zijn als je even stil ligt zodat ik naar je buik kan luisteren.’
‘Valt er in mijn buik iets te horen?’
‘Tuurlijk.’
‘Wat dan?’
‘Ik wil luisteren of er nog meer gedichtjes in je buik zitten.’
‘Gedichtjes zitten niet in mijn buik, die zitten in mijn hoofd.’
‘Stil nou maar.’
‘Nee, in mijn buik zit eten. Eten dat daar verandert in kak. Kak die jij, als ik een hondje was, van de straat moest pakken met een schepje of gewoon met je hand in zo’n zakje.’
‘Gadverdamme!’
‘Vind je dat vies?’
‘Ja, jij niet?’
‘Ik vind dat het eigenlijk iets liefdevols heeft. Dat je zwijgend en zonder enig bezwaar mijn stront zou opruimen terwijl ik blij kwispelend wacht tot je die stok uit mijn bek trekt en weer weggooit.’

Niels ®elen

Please follow and like us:
13