Winstbejag

‘Heb je een bonnetje van de bril?’ Buiten de woorden –goedemiddag ik ben Nick en kom voor de schade die u heeft gemeld- heb ik nog niets anders gehoord dan verzoeken om bonnetjes. Van mijn fiets, van mijn schoenen, van de fietskleding, zelfs van ziekenhuisrekeningen die niet door mijn reis maar zorgverzekering betaald zijn.

‘De oude of de nieuwe?’

‘Beide.’

Uit de kast pak ik een map met alles wat te maken heeft met mijn valpartij in Zwitserland.

‘Alstublieft.’

‘De bril die je nu op hebt, is je nieuwe bril?’

‘Ja.’

‘Ik begrijp dat de oude niet gemaakt kon worden?’

‘Ik ben geen opticien, maar ik begreep van niet.’ Bijtend op mijn onderlip probeer ik de irritatie die dit ventje in goedkoop colbert en dito schoenen bij me oproept te verbergen.

‘Heb je de oude bril hier?’

‘Ik heb er een foto van.’ Op de telefoon laat ik hem een foto zien waarop mijn gezicht eruit ziet alsof ik net ruzie heb gehad met een stel Hell’s Angels. De rechterpoot van mijn bril staat recht omhoog als de antenne van een ouderwetse radio. Het glas doet denken aan het telefoonscherm van mijn kinderen, maar het doet Nick niets.

‘Dus deze bril kon echt niet meer gemaakt worden?’

‘Nee.’

‘En de fiets ook niet begreep ik?’ Voordat ik kan antwoorden legt Nick uit dat hij een cursus carbon reparatie heeft gehad. Hij heeft gezien hoe met kogels doorzeefde wieken van apache helikopters gerepareerd werden en nu gewoon weer rondvliegen.

Het boek Soldaat in Uruzgan, dat toevallig al de hele tijd op tafel ligt, ontgaat hem zelfs nu ik het zijn kant opdraai.

‘Ik zie dat u,’ een u die ik bewust benadruk, ‘een flinke val gemaakt heeft. Hoe gaat het met u?’

‘Sorry wat zeg je?’

‘Ik zie dat u…’ herhaal ik hem indringend aankijkend.

‘Ik toch niet aan iedere verzekerde vragen hoe het met ze gaat? Dat is mijn werk ook niet.’

‘Je hoeft het neem ik aan ook niet aan iedereen te vragen. Niet iedere verzekerde dient een claim in. Van degenen die het wel doen, zal niet iedereen dat doen omdat ze in het ziekenhuis beland zijn.’

‘Er is toch geen reden om boos te worden,’ maant Nick me tot rust, ‘ik doe hier slechts mijn werk.’

‘U’, verbeter ik hem nogmaals, maar zonder succes. Nog minstens een half uur, zaagt hij me door: hoe lang heb je de reisverzekering al, heb je ooit eerder iets geclaimd? Als een rechercheur die eindelijk zijn hoofdverdachte in de cel heeft, word ik verhoord. Ik hou het vol tot het moment dat hij hardop zegt wat al de gehele tijd tussen de regels doorklinkt:

‘Je moet natuurlijk goed begrijpen dat de verzekering een winstoogmerk heeft.’

 

Niels ®elen

Please follow and like us:
13

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *