Twee minuten

Vrijheid

 

Als een zwervende lapjeskat die geen energie wil verspillen ligt de voetbal van mijn broer en mij stil op de oprit in de zon.

‘Daar gaan zitten en je mond houden.’ Vervolgt mijn vader die ons even daarvoor naarbinnen riep. Zijn stem klinkt niet onaardig, maar wel dwingend. ‘Het is dodenherdenking.’

‘Ik ken geen doden’, zeg ik verbaasd terwijl ik aan een korstje op mijn knie krab.

‘Even stil zijn nu,’ sust mijn moeder terwijl ze naar de tv wijst, ‘twee minuutjes maar.’

Op de Dam kijkt een menigte toe hoe een man in uniform en de koninklijke familie plechtig naar een rijtje kransen staren.

‘Wat een onzin.’ Mijn broer zegt het niet hardop, maar articuleert bewust zo nadrukkelijk dat ik het van zijn lippen kan lezen. Twee minuten stilte is een eeuwigheid die gevuld wordt door zenuwachtig trappelende jongensvoeten en dodelijke blikken van mijn vader. Een stilte die aanhoudt tot de eerste strofe van het Wilhelmus ons bevrijdt.

‘De deur!’ roept mijn moeder. Haar stem komt niet boven het geluid van de in een kanonskogel veranderde lapjeskat uit, die een gat in de metalen garagedeur probeert te boren.

‘Weet jij waarom we stil moeten zijn?’ De garagedeur vloekt nogmaals droog en hard als ik de bal precies in zijn middenrif laat landen.

‘Geen idee.’ Uitdagend spuugt de deur de bal terug de oprit op. ‘Iets met de wereldoorlog, geloof ik.’ Mijn broer wacht tot de bal voor zijn rechtervoet ligt en haalt uit.

‘Kan het wat niet wat zachter?’ onderbreekt ma ons, ‘en doe die voordeur nou eens dicht.’

‘Weet jij iets van de oorlog?’

‘Pff, boeit me niet. Jou?

‘Geen idee,’ antwoord ik onbezorgd, ‘potje tafeltennissen?’

‘Is goed.’

In kranten en columns volg ik de afgelopen dagen geïrriteerd de strijd tussen de ‘Gutmenschen’ die uren besteden aan twee minuten. Het gevecht tussen herdenkingsfundamentalisten en beeldenstormers die je vertellen hoe en wat je moet herdenken. Ze begrijpen niet wat de ironie is van vrijheid. Vrij zijn we allang niet meer, we waren het toen we (net als mijn broer en ik ooit) nog niet wisten wat het betekende.

Ik denk op 4 mei allang niet meer aan gesneuvelde militairen. Voor mij liggen 26 augustus Martijn Rosier, 20 september Tim Hoogland en 3 november Ronald Groen veel meer voor de hand. Ik denk, met kippenvel, twee volle minuten aan niets anders dan vrijheid en dat neemt niemand me af.

Niels ®elen

 

Please follow and like us:
13

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *