Raamprostitutie

Vanaf het station lopen mijn broer en ik richting de lange brug. Flarden witte mist ontsnappen aan onze monden en mijn vingers tintelen. Het is kwart voor acht ’s morgens en Sven biedt me een zilveren flacon aan die ik afsla.
‘Drink, dan krijg je het vanzelf weer warm.’
Mijn hoofd draait van de drank die we van pa hebben gejat en die we in grote slokken naar binnen goten in de trein die ons naar Gorcum bracht. Mijn broer lacht, ruim een jaar ouder en ondertussen wel gewend om te roken en te drinken. Hij zet de flacon aan zijn lippen en kiept zijn hoofd achterover. De mouw van zijn jas schuurt langs zijn lippen waarna hij de fles voor mijn neus houdt.
‘Stel je niet aan’, daagt hij me uit. Om niet voor hem onder te doen pak ik de flacon aan en neem een slok. Als dunne lava die terug een krater in stroomt, zo voel ik hoe de rum in mijn maag valt en door mijn buik naarbuiten lijkt te branden.

Op de Gasthuisstraat ligt een stapel kranten voor een winkel waarvan de eigenaar nog moet komen. Bij de Jamin staat een bakkersbus voor de deur waar we soms weleens een krentenbol of eierkoek uit stalen bij wijze van ontbijt, maar op dit moment maakt de geur van het brood me misselijk. OP de hoogstraat voor de Febo automatiek trapt mijn voet de ingewanden uit een koude kroket. Mijn middenrif trekt samen en ik versnel vergeefs richting de brug naar de Burgstraat.

‘Watje!’ Ik voel hoe de hand van mijn broer op mijn rug slaat waardoor mijn buik op de reling een nieuwe schok krijgt. We zijn over de helft, straks langs het kantongerecht en dan lopen we de stad eigenlijk al weer uit, de Dalemse dijk op waar onze school staat. Ik vraag me af hoe mijn lichaam mijn benen gaat aansturen bij de sportles die voor de eerste twee uur op het rooster staat, maar verheug me op de douche die daarna zal volgen.

  ~

Op de markt loop ik een oud klasgenote tegen het lijf. Met haar glimlach nodigt ze me uit voor een kort gesprek.
‘Lisette, toch?’
Ze knikt. ‘Dit is Pim’, stelt ze de jongen naast zich aan mij voor, ‘mijn oudste zoon.’
‘Hoe oud?’
‘Zestien, Pim is zestien.’ De stilte die ze even laat vallen gebruik ik om haar goed in me op te nemen. De spitse neus, haar haren, puntige borsten. Ze zegt iets over mijn broer met wie ze (zoals de meeste mooie meisjes van de school) ongetwijfeld ooit een relatie heeft gehad. ‘Jij bent echt niks veranderd’, concludeert ze voor we afscheid nemen en ik loop verder door een stad die even vreemd voelt als op die koude winterochtend in februari. Een stad die overal jonger lijkt. Tot ik op de Hoogstraat kom, waar nieuwe kroketten zich gelukkig ouderwets voor het raam prostitueren.

 

Niels ®elen

Share and Enjoy !

Shares