Niets zeggen… Daar ben ik goed in een interview met Erik Krikke

Erik Krikke Senten Images

‘Papa, je bent een held.’ Als de (doem)denker van Rodin zit Erik Krikke(42) bij de opening van zijn theaterstuk Operatie Geslaagd op het podium. Van juni tot en met september 2007 werkte hij als operatieassistent op de operatiekamer in Kandahar Afghanistan. Verrijkt zou hij terugkomen, maar wat hij vooraf dacht is in de harde realiteit van zijn missie op losse schroeven komen te staan. Hij zwijgt erover want ‘niets zeggen, daar is hij goed in.’

 

 

In de coulissen van het theater op de kazerne in Oirschot heb ik met Erik afgesproken voor een gesprek.

‘Ik zit hier met gezonde tegenzin beken ik direct. Je hebt me eerder gevraagd en dankbaar heb ik daar ja op gezegd, maar even dankbaar stelde ik mijn komst naar het theater uit.’

‘Waarom?’ Vraagt Erik me.

‘Vanwege de inhoud, zelf heb ik geen PTSS, maar de kans is groot dat ik mezelf tegen ga komen en dan vanavond toch met hoofdpijn op de bank zit.’

‘Dat is dan mijn cadeau aan jou.’ Lacht hij. ‘Ik krijg dat heel vaak te horen van de mensen, militairen die hier komen. Ze worden meegenomen door hun partner en komen zichzelf tegen tijdens de voorstelling. Ze krijgen kippenvel of moeten huilen. Vaak zijn ze er ook bang voor, maar regelmatig hoor ik dan dat ze ’s avonds voor het eerst na de missie met elkaar op de bank gezeten hebben en een gesprek gehad hebben over wat ze hebben meegemaakt. Het gaat dus wat met je doen, maar dat hoeft niet goed of slecht te zijn.’

‘Je zei ze komen zichzelf tegen en daar zijn ze bang voor, hoe merk je dat?’

‘Ik zie het al aan hoe de zaal zich vult. De flanken, zijkanten, worden het eerst gevuld. Vanaf die plek kun je de zaal nu eenmaal het makkelijkst verlaten als het je teveel wordt. Dat gebeurt ook, het is misschien wel een onderdeel van de show, dus laten we het ook gebeur

en.’

‘En dan?’

‘Die mensen worden opgevangen door iemand van het veteranen instituut, die zijn altijd aanwezig bij de voorstelling. Zelf heb ik overigens ook nog steeds wat jij hebt. De dag na een voorstelling, ben ik helemaal gesloopt en dan moet ik echt bijkomen.’

‘Als je de dag erna stuk zit, waarom doe je jezelf dat dan aan?’

‘Het is voor mij een stok achter de deur om over mijn ervaringen en PTSS te blijven praten. De amplitude van dal naar top wordt steeds minder, maar ik ga nog steeds op en neer en heb nog steeds mijn slechte dagen. Op die dagen zou ik diep in mijn hart nog steeds niets liever doen dan vluchten. In die zin is mijn boek en wat ik doe in het theater ook niets anders dan keiharde therapie om maar te blijven praten.’

‘Houd je het probleem daar dan ook niet mee in stand?’

‘Dat denk ik juist niet. Ik heb me jarenlang kapot geschaamd voor wie ik ben en wat ik daar gedaan heb. Ik vond het echt verschrikkelijk. Er zijn heel veel mensen die teruggekomen zijn van hun missie en ervan overtuigd waren dat ze iets goeds hadden gedaan. Dat had ik niet. Ik vond mezelf een enorme klootzak, omdat ik geholpen heb om mensen die mij vroegen of ik ze dood wilde maken omdat ze geen benen meer hadden, terug de woestijn in te sturen. Wat ik nu merk is dat het delen van mijn verhaal, van de ellende die ik ervaar, andere mensen helpt. Dat is iets heel waardevols.’

‘Weet je voor jezelf ook waar dat rotgevoel, die schaamte en boosheid op jezelf vandaan kwamen?’

‘Ik had tegen de wil van mijn patiënten in gehandeld. Het druist in tegen mijn eigen morele waarden.’ Terwijl hij het zegt worden de ogen van Erik rood.

‘Hoe keken de mensen in Nederland daar tegenaan, verweten ze je iets?’

‘Dat weet ik eigenlijk niet. Ik had er nooit over, ik had er helemaal geen zin in om erover te praten. De vrienden die echt hun best deden en doorvroegen? Daar nam ik afscheid van. Dan was ik heel onredelijk, joeg ik ze weg en begon ik met mezelf te isoleren. Wat er in die paar maanden in Afghanistan was gebeurd? Dat wilde ik niet meer weten, ik wilde alleen nog maar vooruitkijken. Dat heb ik een paar jaar vol kunnen houden, maar op een gegeven moment is het foute boel.’

‘Moest, om opnieuw te kunnen beginnen, alles wat er voor de missie bestond verdwijnen, kapot?’

‘Ja, maar dat werkte natuurlijk niet. Het vreemde is misschien wel dat mijn missie vak inhoudelijk de meest interessante periode van mijn leven is. Het is fout gegaan, en dat verwijt ik mezelf, omdat ik daar tijdens die missie niet al mijn mond opengetrokken heb. Ik maakte er grappen over, steeds hardere grappen, maar zei nooit: Wat we vandaag hebben gedaan…’

 

Er valt een stilte, want zwijgen; daar is hij goed in. Zelden was de stilte echter zo veelzeggend.

 

 

 

 

Please follow and like us:
9

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *