Negen levens

‘Ik zit in het ziekenhuis. De knie van An is toch niet goed, misschien zelfs wel een operatie en zes weken in het gips.’

‘Net voor de vakantie eruit?’

‘Of net niet, dat zou echt kut zijn.’

‘Hebben ze tegenwoordig niet ook zwemgips?’

‘Ja, maar de reis wordt dan geen pretje en ze kan dan toch weinig. Echt haar hele been zit in het gips, van onder tot boven.’

‘Da’s balen, ik zat op mijn dertiende ook ooit zo ingepakt.’

‘Wat dan?’

‘Oh niks joh, het begon met een skiongeluk. Mijn ski ging kapot, ik kon niet meer remmen en toen brak mijn knie twee van die houten paaltjes die onder bij de lift staan.’

‘Oei. Pijnlijk.’

‘Vooral later, er bleken botsplintertjes in mijn knie te zitten. De paaltjes voorkwamen overigens dat ik een ravijn in donderde en redden zo mooi mijn leven.’

‘Ik ben ze dankbaar hoor, die paaltjes. Ik moet zo naar de yoga, geen zin in eigenlijk.’

‘Nu ik erover nadenk, ben ik eigenlijk best vaak aan de dood ontsnapt.’

‘Ja, je bent net een kat. Gelukkig zonder haar, anders moest ik steeds van je niezen.’

‘Het skiongeluk, de aanrijding met mijn fiets, het ongeluk op de Boulevard Périphérique, Afghanistan (die tel ik als een) en natuurlijk mijn ex. Ik heb op zijn best nog drie levens over.’

‘Zal je zien dat je uiteindelijk aan iets heel lulligs doodgaat.’

‘Gestikt in een appel tijdens een picknick?’

‘Ja, zoiets. Als ik doodga, wil ik trouwens in een rieten mandje. Die zijn veel mooier dan zo’n kist.’

‘In het kader van recycling zou ik als fietser het liefste op de composthoop eindigen.’

‘Ik moet naar binnen. Wacht nog maar even met doodgaan, ik wil je nog wat meer.’

 

Niels ®elen

 

 

Please follow and like us:
0

One comment

  • Henk  

    Kostelijk

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *