Market Garden

Lieve Hilmar,

De lift van hotel Modez is een museum op zich. Normaal zou ik (zeker naar de eerste verdieping) de trap nemen, maar nu dus niet. Met een kaart openen we de kamer, die ik in een vast patroon doorloop. Ik zet kranen aan om de kracht van het water te voelen, bekijk het toilet, voel aan toiletpapier, pak de pen en maak een kringetje op het papier om me tot slot op het hotelbed te laten ploffen.

Aan de wand van deze door Martine van ’t Hul gestileerde kamer hangt een oude bruidsjurk. Ooit lag mijn ex, na een avond dansen, in haar zorgvuldig op maat gemaakte bruidsjurk uitgeput op ons bed. Nu, vijftien jaar later, sta ik hier met mijn vriendin die het stom vindt dat de jurk is dichtgenaaid. Ik niet, ik ben blij. Bruidsjurken moet je na je veertigste links laten liggen, zoals je een prostituee ook niet moet vragen om het klooster in te gaan.

‘Ik denk wel dat ik hem pas’, zegt Cristel met de blik van een klein meisje dat de prinsessenjurk van haar moeder niet aan mag. Ik lig nog op het bed, luister half en staar vooral naar hoe ze de strakke jeans over haar mooie billen trekt.

Even later slenteren we door het Parijs van de lage landen. De winterzon camoufleert een droge kou, waardoor het buiten aangenaam is. Op de hoek van de Klarendalseweg blijf ik staan voor een eenvoudige etalage met petten. Jij hebt geen hoedenhoofd, Hilmar. Of ik het heb weet ik niet, maar ik draag mijn leven lang al petten. Mijn moeder vond het vreselijk en dreigde vroeger met voortijdige kaalheid, maar ik blijk van onze familie degene te zijn met de mooiste haren.

Als we de winkel binnengaan, worden we begroet door een Jack Russell en een man met een prachtig verzorgde snor. Achter de winkel zit een klein atelier waar houten mallen in diverse vormen en maten opgestapeld liggen. Dirk-Jan (De hoedenmaker) schat me op een maatje 58/59. Hij maakt hoeden en petten en vertelt trots over de hoed die hij vorig jaar voor Prinsjesdag maakte. Op tafel ligt een krantenartikel opengeslagen met foto’s van de laatste collectie van Victor en Rolf waar hij meerdere hoeden voor maakte.

Zorgvuldig alsof het een bruidsjurk was, neemt hij de pet die ik gekozen heb aan de achterkant in zodat hij perfect past. Hij zou graag een winkeltje in Amsterdam openen, omdat ook winkeliers denken dat het gras ergens anders groener is. Al moet ik bekennen dat Parijs aan de Rijn mij ook een brug te ver lijkt, Hilmar.

 

Liefs,

Niels

 

 

Niels ®elen

Please follow and like us:
12