Lang leve het verzet

Lieve Mart,

 

Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Bij defensie mag immers, volgens jouw eigen Facebookpost(aug 2015) over censuur bij de krijgsmacht, iedereen alles zeggen. Je kon jezelf niet vinden in het door Theo Koelé(Volkskrant) geschetste beeld van een zwijgcultuur en reageerde als door een wesp gestoken. Ook de afgelopen weken betrok je als een verstokte infanterist de stellingen en beet je op de radio en in kranten van je af.

Ondanks je eigen stelling dat bd niet staat voor ‘buiten dienst’, maar voor ‘Bek dicht!’ doorbrak je het zwijgen en gaf je commentaar op de uitkomsten van het OvV rapport. Zo was de angstcultuur uit het rapport niet iets van de afgelopen maanden. Zelfs niet iets van de afgelopen paar jaar. Het was volgens jou een cultuur die defensie als organisatie de afgelopen twintig jaar kenmerkte.

Toen je het zei Mart, moest ik even slikken. Niet alleen omdat het haaks staat op wat je Koelé schreef, maar veel meer omdat ik me afvroeg wat jij er dan aan hebt gedaan. De posities die je in die periode bekleedde waren mijns inziens zeker niet zonder invloed, maar de cultuur veranderde je niet.

De opmerking wrong bij mij Mart. Al was het maar omdat je met weinig humor kon reageren op de open brief die ik je als reactie stuurde. ‘Iedereen bij ons mag alles zeggen.’ In de hiërarchieke lijn liet je mij na het weekend op het matje roepen. Een kolonel sprak mij weloverwogen toe en legde me de ernst van de situatie uit. Ik was te ver gegaan en defensie onderzocht of er juridische stappen mogelijk waren. 

Iemand die echt de cultuur had willen veranderen had sportief gereageerd met een like en misschien de opmerking: ‘touché, laten we het er eens over hebben.’ Die had niet boos gereageerd op mij of de mannen die (terecht) anoniem in de Volkskrant hun verhaal deden. Die had ze voor een gesprek uitgenodigd en om advies gevraagd. In de kruif geschoten, koos je er helaas voor om op je strepen te gaan staan en versterkte je de angstcultuur.

Een zet die je na het Tweede kamer debat (voor zover je in jouw ogen daarover mocht spreken) herhaalde. Teleurgesteld legde je op de radio uit dat er niets verandert door een paar ‘poppetjes’ te wisselen. Je bedoelde denk ik dat het aftreden van de minister en de CDS geen effect zal hebben. Persoonlijk zou ik ze niet als poppetjes afschilderen. Noem het respect, maar voor mij als nog actief dienend majoor voelt dat ongepast. Misschien komt het ook een beetje omdat de verhoudingen anders zijn. Ik heb niet met ze geknikkerd en mijn staat van dienst kan simpelweg niet (mijn neus overigens wel) aan die van jou tippen.

Natuurlijk verandert er niets met het opstappen van de minister en de CDS Mart. De belangrijkste conclusie uit het OvV rapport is echter dat er als ze blijven zeker niets verandert. Een constatering die je moeilijk kunt ontkennen als je zelf zegt dat het al zeker twintig jaar speelt. Wil er echt iets veranderen, dan moet er (sorry voor de marine term) schoon schip gemaakt worden bij defensie. Er moeten dus niet een paar ‘poppetjes’ blijven, er zullen er wat meer moeten vertrekken vrees ik. 

Welke ‘poppetjes’ dat zijn? Ik durf het niet te zeggen, maar ik neem aan dat jij je pappenheimers wel kent. Aangezien ik (net als de meeste militairen) niet van verraders houd, verwacht en verlang ik ook niet van je dat je ze zult aanwijzen, maar kunnen we tot die tijd een ding afspreken?

Het zou namelijk fijn zijn als alle mensen die voor spek en bonen meedoen (die na de oorlog in het verzet gaan) zich in de toekomst iets minder dapper uitlaten over wat er moet gebeuren.

 

Liefs,

Niels

 

Please follow and like us:
13

5 comments

  • Xander  

    Touché.

  • Marcel  

    Sterk.

  • Ton  

    Als de vos de passie preekt …

  • Erwin  

    Met grote interesse las ook ik zojuist (pas, sorry) jouw brief aan onze vorige C-LAS (bd).

    Hoe wij, als militairen, geacht worden om te functioneren is sinds 2007 inzichtelijk in de Gedragscode Defensie (https://goo.gl/JfTLMJ). In het kort komt die Gedragscode hier op neer: “Eigen verantwoordelijkheid en staan voor professioneel gedrag, fatsoenlijke omgangsvormen en goede een samenwerking.”

    Nu denk ik dat eerlijk en oprecht rapporteren (GR) de basis is voor het professioneel beoogde gedrag. Dus: “aangeven hoe het is ~ niet hoe men het zou willen (aan)horen”.

    Raar eigenlijk dat dat dan juist (een soort van) bestraft is/wordt.

    Erwin.

  • Ed Hengeveld  

    Mooi opgeschreven. Vol humor en ironie!
    Touché voor al die bollebozen die dit beleid op deze manier doorzetten.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *