Hoogtepunt, een open brief aan Joyce Roodnat

Lieve Joyce,

 

‘Nu Maria Lassnig dood is, wordt gretig erkend hoe geweldig ze schilderde. Maar dat deed ze dus altijd al.’  Glimlachend herlas ik direct die eerste zin van jouw column afgelopen week in de NRC. Voor de kunstverzamelaar is de dood van een kunstenaar misschien wel het moment waarop hij heeft zitten wachten. Noem het economie of noem mij cynisch. Maar zodra de verf is uitgedroogd, het oeuvre zich niet verder voort zal planten wordt een kunstenaar dood meer waard dan levend.

Het was het noodlot van Van Gogh Joyce. Bij leven nog een straatarme zuipschuit en een onbegrepen lastpak, nu gevierd. Een man die zijn tijd ver vooruit was waardoor zijn carrière postuum pas  in gang schoot. “Van Gogh ooverdrijft zeer sterk,” zo schreef Frederik van Eeden, “hij schildert soms bloed-roode boomen en grasgroene luchten, saffraangele gezichten. Ik had ze zoo nooit gezien, maar toch begreep ik hem.”

Het moment dat het penseel voorgoed wordt neergelegd. De dag dat het hart van de schilder niet meer klopt voor nieuwe liefdes. Ooit aanbeden muzen nog slechts kunnen terugblikken op de door hen aangewakkerde nieuwe stijlen en periodes. Dat is de dag dat de omvang van de schaarste zich heeft afgetekend. Het is het moment waarop je beseft dat de enorme hoeveelheid alsnog te weinig is. Het is de schaarste, de onvervangbaarheid waardoor zijn waarde stijgt.

De essentie van jouw openingszin werd ooit prachtig afgeschilderd in een sketch van Koot en Bie Joyce. In het filmpje gaat Kees van Kooten op zoek naar een aan lager wal geraakte percussionist (Wim de Bie). Die hij uiteindelijk drie hoog achter op een zolderkamertje vindt.

 Zittend tussen een stapeltje langspeelplaten legt interviewer Koot langzaam maar zeker het drama van het bestaan van deze percussionist bloot. De climax is het argeloze stukje zelfreflectie waar tussen neus en lippen door dat en in plat Haags ineens gezegd wordt: ‘Weet u wat het is mijnheer van Kooten? Als ik op het hoogtepunt van mijn roem was overleden, dan had ik zoveel platen verkocht, dat ik nooit meer had hoeven werken.’

 

Liefs

Niels

Please follow and like us:
9

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *