Generaal pardon

Een leger zonder oorlog raakt al snel verdwaald. In een wereld vol tevreden burgers en een naar status hunkerende politiek gaat het weerloos ten onder in het gevecht tegen bezuinigingen. In een poging om te redden wat er te redden valt, ontstaat een organisatie die afgerekend moet worden op output, effectiviteit dus, maar nu georganiseerd wordt op efficiency en waar generaals vervangen worden door managers en economen. Een bedrijfsmodel waar geen fatsoenlijke bank in zou willen investeren.

Gnuivend wacht de militair op zijn kans, op de dag dat onheilsprofeten angst zaaien en oorlog beginnen te prediken. Op de zegen van een economische crisis, waar een schuldige aangewezen moet worden. Op schaarste die bevochten moet worden of op een bedreigende ideologie al dan niet geleid door een in de media gedemoniseerde dictator.

Met het neerhalen van vlucht MH-17 en de stichting van de  Staat landde de oorlog in onze huiskamers. Waar de eerste vooral zorgde voor verontwaardiging, voedt de laatste vooral onze angst. Angst die leidt tot steeds extremere standpunten. Angst om risico’s te nemen waardoor het cancellen van een schoolreis wereldnieuws wordt. Angst die leidt tot polarisering en moslims in Nederland het gevoel geeft de Joden van een nieuwe oorlog te worden, waardoor ze zichzelf preventief fotograferen met borden waarop ze de terreur van de IS openlijk afkeuren.

Toen Nederland met enige moeite een voet tussen de deur van een klein kamertje had weten te krijgen en we ons met een aantal F-16’s een kamerbreed gedragen missie in hadden weten te werken gloorde er hoop voor de militairen. Geschrokken van zijn eigen daadkracht besloot de politiek daarna direct om militairen te verbieden om in uniform te reizen. Terwijl juist nu militairen massaal in uniform de straat op moeten. Een signaal afgeven dat wij niet bang zijn, dat Nederland niet buigt voor de angst van terreur. De realiteit is echter dat defensie, uitgekleed als ze is, niet anders kan dan deze opdracht uitvoeren.

 

 

Niels ®elen

Please follow and like us:
13