Gehandicapt

‘Zo vlak voor de wedstrijd voel ik me soms ineens misselijk.’ Rechts achter ons zie ik hoe de zon ons door langgerekte schaduwen laat achtervolgen.

‘Zenuwen?’ vraagt Cristel terwijl ze het antwoord al weet.

‘Het is een goed teken,’ knik ik, ‘zenuwen omdat ik weet dat ik wil en kan presteren.’ Langzaam maar zeker zijn mijn benen de afgelopen weken beter geworden. Het gemak waarmee ik de laatste dagen tempo fiets en ik me tijdens wedstrijdjes voorin het peloton kan handhaven hebben me vertrouwen gegeven voor vandaag.

‘Kun je hier winnen?’

‘Winnen niet, daar zijn die gasten van de militaire ploeg te sterk voor.’ Ik kijk naar de bruine benen van Cris die onder haar witte short uitkomen en vergelijk ze met de mijne. ‘Het is ook een nieuw parcours waardoor de koers heel anders zal verlopen dan vroeger. Misschien kan ik een keer mee met een ontsnapping, in ieder geval wil ik voor in het peloton meerijden.’

Zwijgend leggen we de laatste meters af richting het plateau waar de start en de finish liggen. Drieëntwintig jaar geleden haalde ik hier op de Vlasakkers mijn rijbewijs voor de Leopard II, tegenwoordig kom ik er alleen nog om te trainen. Elk hoekje, bochtje en klimmetje ken ik er. Uitgebreid heb ik het parcours de afgelopen weken getraind en dus rijd ik een thuiswedstrijd.

‘Je ziet er scherp uit’, zegt de collega met wie ik ga warm rijden.

‘Dank je, de benen zijn goed’, antwoord ik geheel tegen de kleedkamermores van wielrenners in.

‘Gekkenwerk’, zeg ik hardop tegen mezelf als we voor de derde of vierde keer door de overhaakse bocht achter op het parcours stuiteren. Het goede gevoel vind ik vandaag niet. ‘Je moet hier een oplossing voor vinden, Niels’, zeg ik tegen mezelf, maar het lukt niet. De stress van een rechtszaak die me dag ervoor nogal aangreep en de angst voor het slechte stuk weg achterop het parcours, draaien mijn benen langzaam maar zeker de nek om waardoor ik in de achtste ronde uit de bocht vlieg en gedesillusioneerd afstap.

Rustig trap ik uit naar de finish. In de verte zie ik de ongeruste blik van Cristel, maar ik vermijd zelfs van deze afstand oogcontact. Ik denk aan de blinde Joleen Hakker, die bij ons op het clubparcours van de Volharding achterop de tandem bij Linda van Vliet in het peloton meerijd als voorbereiding voor haar wedstrijden.

Na een wedstrijd vroeg ik of ik een keer op de tandem mocht trainen. Eerst met een geblindeerde bril achterop, om het gevoel te krijgen en de commando’s te leren die Linda aan haar bijrijder Joleen geeft. Daarna in de makkelijkere rol van stuurman. Er was geen twijfel, slechts een lach van beide dames en hun trainer, gevolgd door de vraag wanneer.

Het plezier in het fietsen en het blinde en onbevangen vertrouwen dat Joleen in haar piloot heeft, maakt mij zes ronden voor het einde van het militair kampioenschap pijnlijk duidelijk dat ik een handicap heb.

 

Niels ®elen

Please follow and like us:
8

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *