Een wagon vol vrijheid

Het is woensdagmiddag, we zijn nu twee dagen op schietserie in Duitsland, Bergen-Hohne om precies te zijn, een terrein dat ik al meer dan twintig jaar ken. Mijn eerste kennismaking met de grote Duitse schietbanen was nog als dienstplichtig soldaat, toen al verkenner. Ik was bestuurder van een tank en reed zo mijn kilometers naar de schietbanen of manoeuvreerde de tank in een vuurpositie. ‘s Avonds sliepen we in een tentje in plaats van een gebouw en rookten we sigaretten die we voor een Deutschmark kochten in de taxfree shop.

Tijdens een van die avonden vertelde iemand ons de geschiedenis van dit schietterrein dat ooit door Hitler is aangelegd. Op baan negen stond zelfs een bunker vanuit waar hij de oefeningen kon volgen. Hij zou zijn hand op de kaart hebben gelegd en hebben geroepen dat hier de schietbanen moesten komen. Alle dorpjes die binnen de omtrek van zijn hand vielen, moesten wijken. Nog steeds als ik naar de kaart kijk, leg ik mijn hand erop en constateer dat het verhaal, waar ik nog steeds geen originele bron voor heb kunnen vinden, best waar zou kunnen zijn.

Niet ver van de schietbaan af ligt het station van Bergen. Op de plek waar nu de militaire voertuigen van de trein af rollen, kwamen toen de goederenwagons aan. Ergens in een hoekje staat er nog zo’n wagon, geheel onderhouden in perfecte staat. Altijd als ik hier ben, loop ik even naar de wagon. Buiten verzamel ik al mijn moed, haal diep adem en ga naar binnen.
Binnen in de wagon kijk ik even rond voordat ik mijn ogen sluit en me probeer voor te stellen wat zich ooit in deze treinen afspeelde.

Het is nu warm en dus maakt mijn fantasie het vanzelf zomer, zomer in een goederenwagon waar mensen enkele dagen eerder van hun dierbaren zijn gescheiden. Vrouwen en kinderen rechts, mannen links. Bezittingen hebben geen waarde meer en er zitten veel meer mensen in de wagon dan er eigenlijk in passen.

De wagon stinkt naar zweet; angstzweet, een geur die ik ondertussen heb leren kennen en die ronduit vreselijk is. Mensen hebben besloten dat een hoekje van de wagon als toilet moet dienen maar het maakt niet uit, de hele wagon stinkt naar ontlasting.
Kleren zijn vuil door de hitte en de mensen zijn bang omdat ze niet weten wat er gaat gebeuren. Elke keer als de trein stopt, vervult hun hart zich met hoop en angst tegelijk, de hoop dat de reis nu voorbij is maar de angst voor wat er gaat gebeuren als de deuren van wagon eindelijk open gaan.

Mensen voelen zich geen mens meer en in hun drang om te overleven ontstaat er ruzie in de wagons. Ruzie over eten dat er niet is, over wiens schuld het is dat ze hier zijn en ze gaan zich beestachtig gedragen. Het is een voorstelling die ik me al zo vaak heb gemaakt, een voorstelling waarvan ik stil werd, tot vorige week.

Voor het eerst nu ik hier sta, rolt er een traan over mijn wangen vanuit mijn gesloten ogen. Ik heb mensen gezien die deze angst maar al te goed kennen. Ik weet wat de prijs is die voor vrede wordt betaald en ben bereid deze prijs ook te betalen.
Ik voel dat ik kippenvel krijg en ga even op de bodem van de wagon zitten, in de stilte om mij heen hoor ik de wind door de hoge boom naast de wagon ruisen. De boom die hier samen met de wagon en het monument iets verderop nog steeds dagelijks getuige zijn van de vrijheid die we hier hebben. De traan maakt, als ik uitstap, plaats voor een voorzichtige glimlach. De geur van angst verdwijnt als de wind mijn neus vult met de geur van gemaaid gras. Zonder om te kijken loop ik weg, ik weet wat er achter me ligt maar belangrijker is wat er voor me ligt.

Niels ®elen

Please follow and like us:
13

9 comments

  • Jeroen van ochten  

    Niets, mooi geschreven woorden over een vreselijke geschiedenis.

  • Paul Stijns  

    Een moment van bezinning. En zeker om te waarderen wat we hebben.

  • Roel van der Vliet  

    Mooi geschreven! Terwijl ik lees over de wagon denk ik aan een broer van mijn opa die naar Neuengamme is afgevoerd en kort na de bevrijding bezweek, verzwakt door ziekte.

    Dat is voor mij ook de reden geweest om reservist te worden; eerst bij de Natres en later bij CIMIC -nu 1 CMI Commando.
    Zoiets mag nooit meer gebeuren en daarom kan, moet iedereen op zijn manier bijdragen zodat we in vrijheid en vrede kunnen leven.

  • Carin Kleinveld  

    beste Niels,
    lees je columns soms. Waarom soms? Omdat ik ze vaak niet ondersteun, maar deze is bijzonder treffend. Doeltreffend zal ik maar zeggen. Vakjargon moet kunnen.
    Groet Carin

  • Ad Kremer  

    Dear Niels,
    Ik ben niet oud genoeg om de oorlog te hebben meegemaakt maar uit de verhalen van mijn vader en beide opa’s kan ik me een beetje een beeld vormen. Ik kon er als jongen geen genoeg van krijgen en hing aan hun lippen door een vreemd gevoel van fascinatie en verlangen naar zo’n spannende tijd. Ouder en wijzer geworden ben ik onze bevrijders en de helden en heldinnen die in verzet gingen heel erg dankbaar dat ik die tijd niet heb hoeven meemaken. Uit respect voor hen en uit dankbaarheid voor onze geweldige vrijheid loop ik ieder jaar de stille omgang mee op 4 mei. Van het Rosarium aan de zuidzijde van Meppel, waar een oorlogsmonument staat, langs het Joodse gedenkteken in het Slotplantsoen, naar de begraafplaats aan de Noordzijde van onze stad waar we om precies 20.00 uur met honderden mensen muisstil zijn gedurende 1 minuut. In die minuut sta ik met een plaatsvervangende schaamte even stil bij die duizenden Joodse Nederlanders die wij lijdzaam toeziend hebben laten wegvoeren naar de vernietigingskampen. In die minuut denk ik ook aan onze jongste helden en heldinnen die waar ook ter wereld hun leven wagen, en soms het leven laten in dienst van de veiligheid en vrijheid in de wereld. Onze eigen zoon is als militair in Afghanistan geweest maar je hoort hem er nooit over praten, hij vindt zichzelf geen held.
    Ik wel, en hij blijft mijn held zo lang ik leef. Voor hem en alle vrijheidsdienaars zing ik aansluitend aan die geladen minuut het zesde couplet van het Wilhelmus uit volle borst.

  • Niels Roelen  

    Mooi om te zien hoe ieder zijn persoonlijke verhaal toevoegt.

    @Carin,

    in een vrij land is er gelukkig geen verplichting om wat dan ook te lezen of te bekijken. Mijn opinie werk schrijf ik om mensen aan het denken te zetten. Ik zoek daar, overigens ondersteund met feiten, de plek op waar het schuurt of confronteer. Het doel is om mensen tot denken aan te zetten. Een afwijkende mening, graag onderbouwd, is dan ook van harte welkom. Een ander perspectief daagt ook mij in die zin uit.

    Groet,
    Niels

  • Marcel  

    Dag Niels,
    Ik weet nog goed dat we in Khandahar tijdens het acclimatiseren een prettige omgang met elkaar hadden. Lekker MZV-en en andere fysieke activiteiten om het lichaam te laten wennen aan de warmte. De gewenning was nodig om de aankomende taken goed te volbrengen.
    Tijdens de uitvoer van die taken maken we in ons “vak” vele menselijke aspecten mee. Aspecten die in tijd niet veranderen. De onmenselijkheden in de WO, Bosnië, Afghanistan, etc etc zijn nog steeds aan de orde van de dag. Erg goed dat je ze op deze wijze neerzet. Het is niet voor iedereen om dit soort onmenselijkheden mee te maken of de geur door de neus te laten gaan. Vele ruiken alleen het gemaaide gras. Enkelen hebben het besef wat er mogelijk zich heeft afgespeeld. Het is die enkeling die zich inzet opdat velen het nooit mee hoeven te maken. Dank daarvoor.
    Vanavond om 20:00 uur ben ik stil voor de gevallen kameraden die er voor zorg droegen dat ik iedere dag het gemaaide gras kan ruiken. Opdat er nooit meer een wagon als deze wordt gebruikt.

    Groet,
    Marcel (LO/S bd)

  • Ronald Kok  

    Beste Niels,

    Ook ik ben ooit, lang gelden, als dienstplichtig soldaat tijdens een schietserie in Bergen geweest. Als wielverkenner was er ruimte in het programma om met het verk. peloton ook het terrein van het voormalig concentratiekamp te bezoeken.

    We waren, een automatisme eigenlijk, gewend enigszins ‘in de pas’ te lopen met elkaar.Bij het betreden van het terrein gaf dit geluid een zeer onprettig gevoel. Oneerbiedig bijna en al snel probeerden we dit te vermijden op die beladen verdrietige plek. Zelfs het dragen van een uniform voelde op dit moment niet fijn hoewel dit voor ons zoveel jaren na de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog niet nodig zou hoeven zijn.

    Vele jaren later besef ik heel goed dat juist het (tijdelijk) dragen van een uniform nodig is om in ieder geval een bijdrage te leveren aan het feit dat die verschrikkingen nooit meer terug zullen komen. Zeker op een dag als vandaag (4 mei) sta ik daar bij stil.

  • Gwennie Benjamins  

    Mooi geschreven Niels. Ontroerend mooi…

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *