Een Stilte

Samen met een twintigtal andere mensen zit ik in de ‘sluis’. Mijn vingers draaien de dunne sjoelschijf rond waar met een markeerstift het getal 16 in schoolschrift is opgeschreven. We wachten op het moment dat we naar binnen mogen. Om vanaf de ingang tot hier te komen ben ik 45 minuten bezig geweest. Alsof het een rij op een drukke dag in een pretpark betrof schoof. De langzame voortgang komt hier niet voort uit drukte, maar uit controles, sluizen, uitleg van procedures en nieuwe controles.

Het boek dat ik voor mijn vriend had meegenomen, is achter de balie blijven liggen. Cadeaus zijn niet toegestaan tenzij er vooraf toestemming is gevraagd en gegeven.

Traag en gelaten laat ik het over me heenkomen, maar elke stap die ik dichter naar H.C. zet, voelt verstikkend. Alsof ook ik voor de duur van het bezoek een gevangene ben. Vooraf nadenken over het gesprek en onze vriendschap kan en durf ik niet, dus staar ik naar het nummer zestien op de schijf waarvan het hout door vette vingers iniddels donker gekleurd is.

‘Alle gevangenen zitten.’ Een bewaker is door de deur aan het andere eind van de gang binnen gekomen. ‘U gaat zo naar binnen en zoekt de plek op die correspondeert met het nummer op de houten schijf. Het kleingeld kunt u gebruiken om koffie, thee of snoep te kopen, dit mag u ook aan de gevangene geven.’ Sommige mensen negeren de bewaker zoals je stewardessen negeert die een veiligheidsbriefing geven. ‘Zodra u het signaal krijgt om afscheid te nemen zegt u gedag. Dan blijft u zitten en wacht tot alle gevangenen weer in hun cel zijn, u gaat naar buiten, haalt uw paspoort op, uw kluisje leeg en vertrekt.’

HC zit met zijn rug naar me toe in de verre hoek. Als ik bij de tafel aankom, leg ik mijn sjoelschijf op het metalen nummer dat in de tafel geschroefd is alsof het memorykaartjes zijn die matchen. Over de opstaande rand op de tafel heen geven we elkaar een knuffel. De tafel staat in een U-vorm die begint en eindigt bij de muur, in het midden een deur die naar de cellen leidt. Ook hier zitten de gevangenen binnen en wij buiten.

HC ziet er moe uit, het eens zo gespierde lichaam van de zware roeier maakt de indruk van een sneeuwpop na enkele dagen dooi. Zijn haar is al enige tijd niet gewassen en ik begrijp dat hij zich vooral bezig houdt met tv-kijken.

‘Als ik hier uitkom, kunnen we samen meedoen aan Twee voor Twaalf,’ grapt hij, ‘ik kijk hier alles en weet straks elke vraag zonder meer te beantwoorden.’

Van zijn vriendenkring heeft het grootste gedeelte hem in de steek gelaten, veroordeeld zijn voor verkrachting levert geen goede referenties voor je maatschappelijke cv op. Zelf weet ik niet of hij wel of niet schuldig is, hij heeft psychoses en het zou kunnen, maar hij is mijn vriend.

De vraag of hij wel of niet schuldig is, brandt op mijn lippen, maar ik durf hem niet te stellen.

‘Iedereen die hier zit, is onschuldig’, klinkt het alsof hij mijn gedachten kan lezen. Omdat je in de gevangenis weinig mee krijgt van wat erbuiten gebeurt, lachen we om vroeger. Om de avonturen die we beleefden, het geluk, het verdriet en om die keer dat we elkaar de boot uit sloegen, met een nat pak er weer in klommen en doorgingen met de training alsof er niets aan de hand was.

‘Tijd om afscheid te nemen!’

Opnieuw omhelzen we elkaar. ‘Het maakt me niet uit of je wel of niet schuldig bent.’

‘Ik heb Justine niets gedaan.’

‘Het probleem in dit soort zaken is dat jij je onschuld moet bewijzen. Kun je bewijzen dat je je vriendin niets hebt aangedaan?’

‘Ja, de blauwe plekken die zij heeft aangevoerd als bewijs zijn aantoonbaar ouder dan de datum van de verkrachting.’ Aan de manier waarop hij me aankijkt, merk ik dat het belangrijk voor hem is dat ik hem geloof en ik knik.

‘Kan ik wat voor je doen?’

‘Ja, langs blijven komen.’

Een jaar nadat zijn straf is afgelopen zitten we in een kroeg in Breda, we hebben samen wat gegeten. Drie, misschien vier keer ben ik in de gevangenis op bezoek geweest. Niet dat ik niet vaker wilde komen, maar een half uur per week dwingt je nu eenmaal tot het maken van keuzes.

‘Hoe gaat het echt met je?’ vraag ik.

‘Goed, de rechter heeft onlangs uitspraak gedaan, ze heeft ook toegegeven dat ze heeft gelogen. Ik ben dus onschuldig.’

‘Mosterd na de maaltijd’, mompel ik.

‘Mag ik jou wat vragen?’

‘Tuurlijk.’

‘Volgende week heb ik een sollicitatie, vind je dat ik moet vertellen dat ik vast heb gezeten?’

‘Ja, als je het niet zegt en ze komen erachter, dan heb je een probleem.’

‘Als ik het wel zeg ook.’

‘Dat kan heel goed, maar het kan ook zijn dat ze enorm respect voor je hebben omdat je open kaart speelt.’

HC knikt. ‘Vorige week had ik een date.’

‘En?’ reageer ik meteen.

‘Het ging goed tot ze vroeg wat ik de afgelopen tijd had gedaan. De vraag confronteerde me met een gat van bijna twee jaar dat ik in mijn leven heb. Wie wil er een date met een man die, onschuldig of niet, vastzat voor verkrachting?’

Verloren kijken we elkaar aan.

‘Ik heb de rekening gevraagd en betaald, ben opgestaan en zonder iets te zeggen weggelopen.’

‘Wat deed zij?’

HC haalt zijn schouders op. ‘In stomme verbazing liet ik haar achter, ik kon het niet zeggen. Heel eerlijk weet ik ook niet of ik het ooit zal kunnen.’

Niels ®elen

Please follow and like us:
13

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *