Dierentuin

Het is nog te vroeg om te paren, maar buiten kwetteren de tuinvogels. Tjilpendales op zoek naar een vrouwtje, maken me wakker. Zoals elke morgen ben ik door hun vrolijke gezang even overtuigd van mooi weer, maar het is een zondag zoals ze in februari horen te zijn, druilerig, mistroostig en grauw.

Voorzichtig zoekt mijn hand onder het dekbed naar haar been. Om de schijn te wekken dat ik haar per ongeluk wakker maak, veins ik slaap. Zuchtend pakt ze de wekker: 07:16.

‘Laat me nou nog even slapen’ Waar vogels vanaf het eerste morgenlicht ongeremd met elkaar flirten, wacht zij liever tot na de koffie. ‘Hoeveel tijd zit er eigenlijk tussen het paren van vogels en het moment dat ze een ei leggen?’

‘Dat zal van de grootte van de vogel afhangen.’ Het is een aanname gebaseerd op de dracht van zoogdieren. Een gok omdat mijn kennis van ornitologie niet veel verder gaat dan het herkennen van de verschillen tussen een kip en een struisv

ogel. 

‘Dat kleine grut heeft nog wel even de tijd tot mei.’

‘Mannetjes hebben daar waarschijnlijk geen boodschap aan die grijpen elke kans die zich voordoet aan.’ Een grap die waarschijnlijk meer zegt over mijn intenties dan me lief is.

‘Met jou ben ik altijd te vroeg wakker, maar te laat uit bed’, gehaast springt ze onder de douche terwijl ik beneden broodjes maak. In tegenstelling tot haar, hoef ik vandaag helemaal niets.

‘Ik heb geen zin om te gaan,’ met haar jas al aan, neemt drinkt ze haar cappuccino, ‘ik wil de hele dag thuisblijven. Gewoon naar je kijken, zoals je naar aapjes in de dierentuin kunt kijken.’

Niels ®elen

Please follow and like us:
9

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *