Dictee – brief 69

N˚ 69                                                                                                             Zeist 13-12-2019

Lieve Mama,

Nu de Sint verdwenen is en de zwarte pietendiscussie aan zijn winterslaap begint, schieten de kerstbomen als paddenstoelen uit de grond. In de stad steken mensen hun hoofden weg in

winterjassen, maar glimlachen naar het gure weer dat de mooiste tijd van het jaar aankondigt. Op het marktplein warmen ze hun handen aan een licht besneeuwde verse oliebol en de steeds vroeger invallende duisternis wordt door de lichtjes in de stad vriendelijk verwelkomd. 

Ik weet niet wie die nonsens verzonnen heeft, maar als het gaat om kerst, dan ben ik Scrooge. Kerst was braaf binnen zitten in kleren die netjes en schoon moesten blijven. Als auto’s die net door de wasstraat gereden zijn, komen we aan bij opa en oma. Ruim voor het avondeten is mijn honger er gestild met kerstkransjes, fondant en chocola. Aangezien het de voorgaande jaren al niet veel anders was, is het een traditie. Om jouw snerende ‘ik had je toch gewaarschuwd!’ te ontwijken zwijg ik echter over alles waar ik mijn buik vol van heb.  

De belangrijkste reden dat ik een hekel heb aan kerst, staat hier overigens los van. Kerst herinnert mij nog steeds aan de drie voor dat dictee waar ik als zevenjarig jongetje mee thuiskwam. Rollend van het lachen herhaalden jij en papa die ene zin over de kerstsfeer:

‘Het is geselig in huis met een bosje sparetaaken op tavel.’

Ik haatte jullie ervoor en terecht zou degene die destijds voorspelde dat ik nu schrijver ben, zonder enige twijfel voor gek verklaard zijn. Toch belde de uitgeverij gisteren om samen te gaan werken aan mijn derde boek. Zoete wraak die ik straks in de stad ga vieren met de aanschaf van een kerstboom.

Liefs     

Niels    

Please follow and like us:
9

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *