Bloemenkraam

 

Vrolijk slingeren ze de bocht om. Haar handen heeft ze in zijn jaszakken gestoken en op haar rug hangt zijn gitaar. Op het grasveld besluipt een kat een duif die zich laat opschrikken door zijn stem.

‘Goedemorgen.’ Verbaasd knikt de oudere man aan de andere kant van de straat terug.

‘Waarom groet je die man nou?’, vraagt ze, ‘je kent hem toch helemaal niet?’

‘Hij keek ons net even te lang aan om niet te groeten, alsof we een bezienswaardigheid waren, Eric en Olga, Turks Fruit in hun midlife.’

‘Zal ik fietsen?’ Zonder te antwoorden trapt hij door. ‘Dan krijg ik het een beetje warm, met die gure wind’, probeert ze nogmaals.

In het centrum drinken ze nog een kop koffie, met haar handen om de mok gevouwen blaast ze de damp in haar gezicht. Zonder iets te zeggen staat hij op, kust haar voorhoofd en loopt de markt op. De geur van drop, vis, kip en brood waait links en rechts aan hem voorbij. Bij het draaiorgel rinkelt de centenbak ritmisch mee en danst een kalende man met zijn zoontje op de arm.

‘Mag ik die pioenrozen?’

‘Vijf bossen een tientje, meneer. De roze of de oranje?’

‘Roze.’

Het vochtige papier laat een donkere vlek op de mouw van zijn jas achter.

‘Wat ging jij nou ineens doen?’

‘Voor jou. Pioenrozen, daar houd je toch zo van?’

Haar wangen kleuren rood. ‘Dat zijn ranonkeltjes, maar ik reken het goed.’

 

Niels ®elen

 

Please follow and like us:
12

One comment

  • Hans de Vreij  

    Mooi! *Minder is méér*

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *