Bek Dicht

Als gevolg van jarenlange bezuinigingen blijkt (tot mijn grote verbazing) de helft van het materiaal van de Landmacht niet inzetbaar te zijn. Veel van onze pantservoertuigen blijken nagenoeg antiek. Ze stammen nog van ruim een decennium voordat de War on terror werd verklaard en staan wegens ouderdom regelmatig stil.

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, kampen we met munitietekorten en loopt onze automatisering achter. Militairen zoeken volgens de krant op Marktplaats naar onderdelen om de problemen die er zijn te verhelpen. De conclusie is hard en simpel: ons leger moet drastisch kleiner of er moeten grote sommen geld bij.

Volgens de generaal b.d. (buiten dienst) De Kruif is het niet realistisch om Champions League te willen spelen zonder stadion, als de medische staf, de terreinknecht en de trainer zijn wegbezuinigd. Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, blijkt ook onze reservebank leeg. We hebben elf goede spelers, maar daar houdt het dan toch echt op.

Met stomme verbazing lees ik het artikel dat de zaterdagmorgen na het afscheid van de Commandant Landstrijdkrachten in het AD staat. Verbazing is eigenlijk niet het juist woord, ik ben verontwaardigd, over de rooie. Hard smijt ik de krant in de hoek, kracht bijgezet door de stopwoordjes van mijn zoon: ‘No shit Sherlock!’

Al jarenlang betoog ik dat we naar de kl#* excuseer, ratsmodee gaan. Ik onderbouw die stelling niet met emotie, maar met feiten. Al evenveel jaren word ik door onze wedstrijdleiding teruggefloten: het is niet mijn probleem, het is niet mijn niveau, maar het is ook niet waar wat ik betoog; bovendien breng ik op deze manier de minister in verlegenheid en dus in gevaar.

B.d. betekende, volgens de nog actief dienende generaal De Kruif: ‘bek dicht!’ En niet onterecht,. Het doen van harde uitspraken nadat je met functioneel leeftijdsontslag bent gegaan, is niets meer of minder dan moed (een niet te onderschatten waarde binnen ons bedrijf) voor spek en bonen. Het heeft er de schijn van dat eigen belangen boven die van de organisatie gaan.

Het gratis applaus voor het interview met de generaal is nadrukkelijk zichtbaar op Facebook, waar actief dienende manschappen, onderofficieren en officieren het stuk maar al te graag delen. Ze vergeten dat de generaal, die ik overigens graag mag, medeplichtig is aan deze bedenkelijke toestand van ons leger. Teleurgesteld klap ik mijn computer dicht. Verraden door helden die het verschil niet meer kennen tussen het verdedigen van de positie van de minister of die van het land denk ik: ‘B.D.!’

 

Niels ®elen

 

Please follow and like us:
14

One comment

  • Victor A.C. Remouchamps  

    Ik zal mijn reactie op bovenstaand artikel gieten in de vorm van een anekdote. In het dorpje Alteveer, in noordoost Groningen, runt Martijn van Hanegem een apotheek. Alteveer is maar een klein dorpje en de gehele bevolking is voor wat betreft zijn gezondheid afhankelijk van de plaatselijke arts: Sjaan Plassert en de apotheek van Martijn. Er komt een dag dat Martijn zijn apotheek, na een carrière van meer dan 35 jaar, wil overdragen aan zijn zoon Leo, die vanwege zijn grootte in de volksmond “de Beul” wordt genoemd. Bij de feestelijke overdracht van de sleutels van de apotheek, zitten Martijn en Leo achter een glaasje bessen nog even na te praten. “Jongen, ik moet toch even wat kwijt”, zegt Martijn. “Je weet dat ik getracht heb deze apotheek die ik ook weer van mijn vader heb geërfd,met hart en ziel te runnen. Wel, dat werd door de telkens maar duurder wordende medicijnen, telkens moeilijker. Daarom ben ik overgestapt op goedkopere medicijnen die ik via een vriend uit Thailand heb laten komen. Ze werken wel niet en het zijn placebo’s en niemand van die stomme boeren hier in het dorp heeft dat in de gaten. Ze gaan weliswaar wel vroeger dood dan voorzien, maar daar kan ik geen buil aan vallen.”
    “Ja, maar vader. dat betekent dat u willens en wetens de gezondheid van onze gemeenschap op het spel hebt gezet,” zegt een onthutste Leo. “Luister goed, zoon. Je denkt toch niet dat ik na een leven van hard werken het risico ga lopen dat ik de apotheek moet opdoeken. Neen hoor,geen sprake van.Nou heb jij tenminste een mooie apotheek en ik ga lekker met pensioen.”
    “Maar waarom vertelt u mij dat nu pas, vader?” vraagt Leo verwonderd.”Je moet op tijd weten te praten en op tijd je mond weten te houden.”Leer dat nou maar van mij,” zoon. Niet zo zeuren, dan kan Charly, jouw zoon, straks over een jaar of dertig gewoon de hele apotheek ook weer overnemen.”

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *