Pestkop, een open brief aan Mostafa Hilali over de norm bij defensie

Full Metal Jacket

Full Metal Jacket

Beste Mostafa,

 

Wat een blog! Echt, ik heb er simpelweg geen woorden voor. Zoals jij je boosheid rondom het pesten binnen defensie beschrijft. Wat een blog, Mostafa, waarin je de lezer in de eerste alinea even op het verkeerde been zet en het dan omdraait. Het is het juiste verhaal, dat appelleert aan het juiste gevoel op precies het juiste moment.

Een Obamaëske post waarvan je de hoeveelheid en positiviteit van de reacties met een glimlach ziet. Niet alleen jij, Mostafa, maar vooral ook onze collega’s en leiders. Militairen die ook boos en teleurgesteld zijn als het grensoverschrijdend gedrag van een paar mensen ineens het imago van de organisatie bepaalt.

Wat een stuk! Of had ik dat al gezegd? Je bent zo langzamerhand een begrip binnen onze organisatie. Veel mensen in het Haagse zien in jou een rijzende ster aan het firmament. De juiste man op de juiste plaats die de Islam ook een ander gezicht kan geven, nu we dat zo hard nodig hebben.

Ook op de lagere niveaus, waar militairen functioneel in afkortingen praten, ben je veel besproken. Hi-la-li: Hinderlaag links. Kortweg een gevaar voor eigen troepen.

Wat een blog, Mostafa. Ik was echt sprakeloos. Niet zozeer vanwege de inhoud, maar om wie het zegt. Toen ik het las, was ik meer dan boos; stupéfait, met stomheid geslagen was ik. Ik ken je ondertussen namelijk als een wolf in schaapskleren. Iemand die mij voor de publicatie van mijn tweede boek telefonisch bedreigde met de woorden:

‘Je hebt heel belangrijke mensen heel boos gemaakt, mensen die de macht hebben om je op de dag van je boekpresentatie op missie of oefening sturen.’

Een man die afspraken met mij in die periode zo vaak niet nakwam dat ik die beloftes nog slechts zag als een vorm van psychologische oorlogsvoering of leugens.

Enkele jaren later, je werkte toen nog steeds bij communicatie, Kwamen we elkaar opnieuw tegen toen de media mij een vraag stelde omtrent de Afghaanse tolk Ahmadzai.

‘Je bent 24 uur per dag militair en dus kun je nooit op persoonlijke titel spreken’, liet je me telefonisch en ik meen ook via de mail weten. Toen ik daar een beetje om moest lachen werd je wederom telefonisch duidelijker.

‘Als je toch besluit deel te nemen zullen de gevolgen voor jou niet te overzien zijn.’ Toen ik je vroeg wat je daarmee bedoelde, was je antwoord kort.

‘Precies wat ik zeg, vraag je af of je dit risico wilt lopen.’

Dat is geen pesten, Mostafa, het gaat verder dan dat, het is een vorm van intimidatie. En zoals je zelf schreef: The standard you walk past, is the standard you accept. In dat licht blijft het obamaëske voor mij niet veel meer over dan populisme. Volksverlakkerij die past in een nieuwe wereld van nepleiders die met liefde nepnieuws verspreiden en omarmen om wat het ze oplevert.

Ik ben niet de enige die je onder druk hebt gezet, in mijn mail heb ik nog een voorbeeld van iemand die deze ervaring met je heeft. Regelmatig hoor ik vergelijkbare verhalen als jouw naam valt. Verhalen van mensen die (want dat is de kracht van angst) liever niet genoemd willen worden.

Het spijt me, Mostafa, maar ik zie in jou geen moralist met recht van spreken. Ik zie een man die zich verschuilt achter rookgordijnen en handig inspeelt op verwachtingen. Een geëngageerd Facebook-gebruiker (niet mijn Islam), een mediagenieke en narcistische spindoctor. Somebody who talks the talk but doesn’t walk the walk.

 

Vol verbijstering,

Niels

 

Hieronder staat de blogpost van Mostafa te lezen. “de stille omstanders hebben het recht niet meer om te zwijgen” en dus spreek ik, even openbaar als Mostafa. 

 

Mostafa Hilali, fb-pagina, heading:

“The standard you walk by is the standard you accept”

Lieutenant General David Morrison

 

Boos. Dat is wat ik ben. Dat is hoe ik me voel. Ik ben boos vanwege de diverse mediaberichten over pesten, discriminatie en seksistisch gedrag binnen de krijgsmacht. Ik ben boos omdat 13 collega’s via een advocaat kenbaar maken dat ze klachten willen indienen tegen hun collega’s vanwege onacceptabel gedrag en gedragingen.

Maar ik ben niet boos op die collega’s die klachten hebben. Die collega’s hebben groot gelijk om een klacht in te dienen. Daarnaast is boos zijn op slachtoffers omdat ze hun mond opendoen niet de weg. Ze zijn geen matennaaiers maar mensen die we hadden moeten beschermen. Ik ben niet boos op de media en de diverse organisaties die hierover rapporteren en praten. Want zij doen waar ze voor zijn.

Ook ben ik niet boos op de krijgsmacht als organisatie. Deze organisatie staat namelijk niet voor het gedrag wat duidelijk niet door de beugel kan. Sterker nog, het onderzoek dat nu wordt aangehaald om Defensie te slaan is door Defensie zelf opgestart om te weten wat de stand van zaken is.

Op wie ik dan wel boos ben? Ik ben boos op de daders. Die “collega’s” die ondanks dat de organisatie al jaren strijdt tegen wangedrag, ons steeds weer achteruit trekken met hun immorele, onfatsoenlijke en niet-militaire gedrag. Die “collega’s” die hun eigen tekorten proberen te compenseren door anderen te beledigen, vernederen en misbruiken. Die “collega’s” die de eretitel brother/sister in arms besmeuren met dit walgelijke gedrag.

Ik ben boos op de collega’s die dit zien maar niet altijd hun mond opendoen of handelen. Vaak uit angst om zelf niet aan de beurt te zijn of omdat ze denken dat ze de daders moeten steunen. Wat onzin is omdat de daders gewoon fout zijn. En ik ben boos op mezelf. Dat ik als officier en leidinggevende niet genoeg heb kunnen doen om de slachtoffers te helpen. Dat ik niet genoeg signalen heb gezien en herkend om hen te vragen wat er aan de hand is. Dat ik niet altijd tijd heb om iedereen uitgebreid te spreken. Dat niet al mijn collega’s een veilige werkplek hebben, terwijl zij zich inzetten voor een veilige wereld.

Misstanden gebeuren. Dat is een feit. Hoe we met die misstanden omgaan is een keuze. Mijn ervaring is dat er wordt opgetreden. Bijna altijd. Maar helaas dus niet altijd en niet altijd genoeg. Dat is wel duidelijk. Ook al zijn deze misstanden geen norm binnen de krijgsmacht en al zijn het incidenten, we mogen ze nooit bagataliseren. De slachtoffers hebben het recht dat wij ze volledig steunen, hen beschermen en voorkomen dat het weer gebeurt. De daders hebben het recht om keihard aangepakt te worden. Om ervoor te zorgen dat ze dit niet meer doen.

De stille omstanders hebben het recht om hun mond niet meer te houden en na te denken of ze ook stil zouden zijn als zij het slachtoffer zouden zijn. Ik en mijn collega-leidinggevenden heb echter ook een recht. Het voorrecht om leiding te mogen geven aan mannen en vrouwen die hun grootste goed inzetten voor de vrede en veiligheid van Nederland. En met dat voorrecht komt de plicht om voor die mannen en vrouwen te zorgen. De plicht om te handelen als ze bescherming nodig hebben of als ze aangepakt moeten worden. Want als wij zwijgen, dan gaat slecht gedrag door.

En ik geloof dat onze leiders de lat hoog leggen. Afgelopen donderdag gaf onze directeur, generaal Gino van der Voet een nieuwjaarsspeech. En in die speech gaf hij glashelder aan dat een veilige werkplek essentieel is voor iedereen. En dat hij hoogstpersoonlijk eenieder zou aanpakken die die veilige werkplek bedreigt met onacceptabel gedrag. Daarbij citeerde hij de Australische generaal Morisson die in 2013 zei: “The standard you walk past, is the standard you accept.”

Dat is de lat en wat mij betreft gaat die lat geen centimeter omlaag.

Please follow and like us:
11

One comment

  • Robert J. Hendriks  

    Beste Niels, ik kende je verhaal al en voelde toch de boosheid weer opkomen bij lezing van deze verkorte versie…never give in to bullies, ook niet degenen die namens andere, ‘belangrijke’, lui stellen te spreken. Om Argent te quoten: “Hold your head up”! Cheers, Rob

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *